Het landschap van de gamewereld is de afgelopen jaren onherkenbaar veranderd, en niet ten goede. Terwijl we ons druk maakten over de bizar gestegen prijzen van RAM-geheugen, trokken er donkere wolken samen boven een industrie die sinds de coronapiek wanhopig zoekt naar een manier om die onmogelijke groeicijfers vast te houden. Hier zien we pijnlijk duidelijk waar het moderne kapitalisme kraakt: passie en plezier moeten steeds vaker het veld ruimen voor kille kwartaalcijfers en aandeelhouderswaarde.
Tijdens de pandemie beleefde gaming een ongekende hoogtij. Natuurlijk waren er hardwaretekorten, maar die ontstonden vooral door de enorme vraag; we zaten massaal thuis en herontdekten oude hobby’s. Maar toen we ons oude ritme herpakten, stagneerde de instroom van nieuwe gebruikers. Voor beursgenoteerde giganten is dat een doodszonde. Groei moet er zijn, goedschiks of kwaadschiks. Microsoft deed dat door agressief studio’s op te kopen, terwijl Sony de andere kant op bewoog: studio’s sluiten en kosten snijden om de winstmarges kunstmatig hoog te houden. Alleen Nintendo danste de eigen koers met de betaalbare Switch en bleef grotendeels buiten schot.
De hebzucht van de gevestigde orde
Wat doe je als de natuurlijke groei stopt? Dan knijp je de huidige gebruiker uit. Sony schroefde de prijzen van de PlayStation 5 en accessoires flink op, en de kosten voor het verplichte online abonnement schoten de lucht in. Microsoft volgde een nog pijnlijker pad: duizenden ontslagen en het sluiten van geliefde indiestudio’s, vlak nadat ze met veel bombarie waren ingelijfd. De gamer bleef verbouwereerd achter.
Inmiddels betalen we de hoofdprijs. Games zijn duurder dan ooit, abonnementen gaan ‘over de kop’ en de content wordt schraler. Zelfs Nintendo doet mee aan het feestje; voor de Switch 2 mag je diep in de buidel tasten en Europese prijzen voor first-party games tikken inmiddels de 90 euro aan. Dat is een bittere pil voor een Mario Kart-ervaring die je na een weekendje wel weer hebt gezien. Het patroon is overal hetzelfde: zodra de aandeelhoudersvergadering nadert, stijgen de prijzen.
Het “You Own Nothing” tijdperk
Eind 2025 kwam daar de AI-chipcrisis overheen. Alles wat rekenkracht heeft werd opgekocht, waardoor hardware nog schaarser en duurder werd. In plaats van winstverwachtingen bij te stellen, leggen fabrikanten de rekening bij jou neer. Een console kost nu bijna het dubbele van de introductieprijs. Ondertussen loopt de gamer weg. Niet alleen door de kosten, maar ook door een fundamenteel gebrek aan vertrouwen. Digitale games zouden de kosten moeten drukken, maar ze worden gebruikt als een digitaal tuchthuis.
Je bezit namelijk niets meer. Accepteer je de nieuwe voorwaarden van een systeemupdate niet? Dan is je console een baksteen. Ubisoft verwijdert doodleuk games uit je bibliotheek en titels worden soms al na een week onbruikbaar omdat de servers offline gaan. Het is dan ook geen wonder dat de retromarkt explodeert. Het zijn echt niet alleen de veertigers die hun oude Xbox 360 of Super Nintendo afstoffen; ook de jeugd is de moderne ‘service-games’ beu en vlucht naar de tastbaarheid van de Game Boy of de Wii.
De vrijheid van het Steam-ecosysteem
Waar zien we dan nog wél echte groei en innovatie? Op de pc. Ondanks de dure videokaarten is dit de plek waar gamers hun vrijheid heroveren. Of je nu titels van vijftien jaar geleden speelt of moderne blockbusters op een Steam Deck: het werkt gewoon, zonder extra abonnement om online te mogen. Valve begrijpt wat de gamer wil. Met de komst van Steam Machine en de Frame VR-headset wordt het platform alleen maar groter en opener. Zo draait de Frame VR-headset op een ARM-chip en dat zette de deur open voor Steam-games op smartphones!
Valve is geen beursgenoteerd bedrijf. Ze hoeven geen ‘oneindige groei’ te laten zien aan ongeduldige beleggers; winst maken zonder dat het nodig is om hun personeel en klanten uit te knijpen. Dat schept een diep vertrouwen. Hun filosofie is simpel: hardware moet repareerbaar zijn en software moet vrij zijn. De Steam Deck draait op Linux, maar wil jij Windows? Ga je gang. Wil je een grotere SSD of je eigen mods installeren? Niemand die je tegenhoudt.

Waarom de Steam Machine móét slagen
Diezelfde insteek drijft de nieuwe Steam Machine. Het is in de kern ‘gewoon een pc’, maar dan met de gebruiksvriendelijkheid van een console dankzij het krachtige SteamOS. Terwijl Sony je probeert te overtuigen dat het alleen draait om teraflops en 4K-resoluties, bewijst Valve (net als Nintendo) dat het om de games en de ervaring gaat. De Steam Machine is het tegengif voor de Sony en Xbox-propaganda.
We zijn de ‘slop’ van eindeloze DLC’s en verstikkende ecosystemen zat. De Steam Machine biedt een uitweg: een krachtige, open huiskamer-pc zonder tolmeester die bepaalt wat je wel en niet met je eigendom mag doen. Ik hoop oprecht dat deze formule het succes krijgt dat het verdient. Het is tijd dat we weer echt eigenaar worden van ons eigen plezier.

Geef een reactie